ASP →
Afkorting van Active Server Pages, een door Microsoft ontwikkelde technologie om dynamische webpagina´s te genereren.
AUTOMATISERING →
De omschakeling van het laten uitvoeren van vaste handelingspatronen door mensen, naar een uitvoering daarvan door computers e/o computerprogramma's.
ANTIVIRUS →
Bescherming tegen computerprogramma´s die speciaal ontworpen zijn om schade aan te richten m.b.t. het functioneren van digitale apparatuur en toepassingen.
ACCESSIBILITY →
Omvattende term voor het toegankelijk houden van de informatie op websites voor gebruikers met handicaps (b.v. blindheid), o.a. door inhoud en navigatiestructuur niet alleen afhankelijk te maken van specifieke technologieën (zoals Flash of Javascript) die voor bepaalde gebruikers onbruikbaar of onbereikbaar zijn.
APACHE →
Stabiele en zeer goede Open Source Webserver voor de meeste gangbare besturingssystemen. Wij werken er mee, en bevelen hem met nadruk aan.
BLUETOOTH →
Een technologie voor draadloze verbindingen tussen digitale apparatuur op korte afstand. Ontwikkeld door mobiele telefoon fabrikant Ericsson, die zocht naar een manier om van de vele draden en snoeren af te komen die nodig zijn om apparaten zoals printers en mobiele telefoons met elkaar te laten communiceren.
BYTES →
De kleinste eenheid digitale informatie die van of naar een harde schijf gelezen of geschreven kan worden.
Eén byte bestaat uit 8 bits, die elk voor één symbool (b.v. een letter) of signaal staan, dat 2 waarden kan hebben: aan of uit (ja of nee, hoog of laag, etc.). Deze 2 waarden worden ook wel aangeduid met “0” en “1”.
BEHEER →
De term “beheer” treedt bij een ICT-bedrijf meestal op in combinatie met de woorden netwerk en systeem.
BIOS →
Afkorting van “Basic Input Output System”. Het BIOS is een klein programma, meestal op het moederbord van een computer geïnstalleerd, dat ervoor zorgt dat de hardware kan communiceren met het besturingssysteem. Zonder BIOS kan de computer niet opstarten.
COMMAND →
Letterlijk “bevel”, maar in computerjargon betekent het “opdracht”. Doorgewinterde computeraars hebben nostalgische herinneringen aan de begintijd van de PC, toen het aanzetten van een computer tot niet meer leidde dan een zwart scherm met knipperende cursor. Daar konden dan opdrachten (commands) aan de computer gegeven worden.
CSS →
Afkorting van “Cascading Style Sheets”, een techniek waarmee de opmaak van webpagina´s vastgelegd kan worden, zoals kleur, lettertype, spatiëring en positionering.
COMPUTER →
Een uit de hand gelopen rekenmachine.
CLUSTERING →
De organisatie van voorwerpen tot groepen waarvan de leden op één of andere wijze verwant zijn. In de IT wordt van clustering gesproken bij groepen geschakelde computers die functies van elkaar kunnen overnemen bij uitval.
DOS →
Afkorting van Disk Operating System. En de voorloper van Windows. Dos bestaat uit een aantal basisopdrachten (commands) die men aan een computer kan geven.
DESIGN →
Het engelse woord voor “Ontwerp” of “Ontwerpen”. Wordt gebruikt in combinatie met “Web-” (Webdesign), “Graphic” (Graphic design), of “Application” (Application design).
DISPLAY →
Engels woord voor een klein beeldscherm, bijvoorbeeld van een mobiele telefoon, DVD-speler of versterker.
DATABASE →
Een verzameling gegevens, gerangschikt op kenmerken, die onderling gecombineerd danwel afzonderlijk geraadpleegd kunnen worden.
DOMEINNAAM →
De tekst die in het adresveld van een browser ingetypt moet worden om een bepaalde website te bereiken.
DOWNLOADEN →
Het via internet van een andere computer kopiëren van bestanden.
ERROR →
Engels voor “foutmelding”. Gevreesde term bij computergebruikers, die inhoudt dat een programma of onderdeel van de computer niet goed werkt.
E-MAIL →
Imiddels geheel ingeburgerde, en uit het Engels afkomstige afkorting voor “Elektronische post”.
ENCRYPTIE →
Versleuteling van gegevens, die dan alleen leesbaar te maken zijn voor degene die de sleutel (meestal een wachtwoord) heeft.
FUNCTION →
of “subroutine” is een term uit computer-programmeertalen (C++, PHP e.d.), waarmee een samenhangend fragment programeercode wordt bedoeld dat een specifieke functie in een programma of op een website beschrijft danwel uitvoert.
FRACTAL →
Een zelfgelijkende meetkundige figuur, opgebouwd uit delen die gelijkvormig zijn aan de figuur zelf.
ICt ABC → a t/m g
ICT Alfabet (Javascript moet ingeschakeld zijn voor volledige functionaliteit van deze pagina):
[A]
Asp, Automatisering, Antivirus, Accessibility, Apache
[B]
Bluetooth, Bytes, Beheer, Bios
[C]
Command, CSS, Computer, Clustering
[D]
DOS, Design, Display, Database, Domeinnaam, Downloaden
[E]
Error, E-mail, Encryptie
[F]
Function, Fractal, Firewall, FAQ, Flash, FTP
[G]
Grafisch, Google, Guidelines
naar H t/m N